LIBANON

 Home  Dagboek  Foto's  Kaart  Route Klimaat Krant

Rondje Libanon………

Reisverslag van een solofietstocht door Libanon.
Met dank aan Gudy en John voor het nieuwsgierig makende reisverslag van hun fietstocht door Libanon. Tevens dank aan Jafaar Kudair voor zijn snelcursus Arabisch. Jammer Jafaar, ik kreeg de meeste (wurg)klanken niet mijn strot uit.

Vrijdag 16 april 2004

Vertrek Amsterdam Schiphol 20:30 uur.

Zaterdag 17 april 2004 Beiroet.

Beiroet. Daar komen toch inderdaad de fiets en de fietstassen van de bagageband. Had ik niet verwacht. In Amsterdam had de vlucht naar Budapest een half uur vertraging, dat met drie kwartier overstaptijd blijft er weinig tijd over. Ik ren dan ook als een wilde door de vertrekhal in Budapest en haal nog net op tijd de vlucht naar Beiroet. Ik zit, denk ik, maar of mijn bagage ook al in dit vliegtuig zit vraag ik me dan af.
Ook op Schiphol had ik al problemen met de incheck-dame. Zij wilde de fiets alleen accepteren als deze volledig ingepakt was, dat wilde ik niet, was ook niet nodig. Heen en weer gebel. Ik vlieg met MALEV (Hongaars), KLM doet de check-in. Bij KLM is fietsdoos verplicht, bij MALEV niet. Dan toch mag mijn fiets zonder verpakking, op eigen risico, mee.
Goed, moet wel eerst even gewogen worden, tot mijn verbazing kom ik met de fiets en de fietstassen boven de toegestane 30 kg. Dat heb ik nog nooit meegemaakt. Nu verlies ik, toch wil ze me nog matsen vier in plaats van zes kg overgewicht. Negentig Euro extra dokken.
Het is één vliegtuig met drie vluchtnummers, een voor de KLM, een voor NorthWest en een voor MALEV. Op beide delen 1.40 uur naar Budapest en 2.40 uur tot Beiroet wordt warm eten aangeboden. Ik weet even niet of ik dit lunch of diner moet noemen.
Om 03:00 uur landen we en om 04:00 uur lig ik in bed. Het hotel heeft me netjes, zoals via het Internet afgesproken, laten afhalen.

Let op; vòòr de paspoortcontrole eerst links visa zegels kopen. Voor een verblijf tot veertien dagen 17 dollar, langer 34 dollar. Met de zegels en het paspoort naar de linker paspoortcontroleurs, deze plakken de zegels erin en stempelen ze.

Beiroet is een moderne stad. Modern ik zie veel jongens en meisjes druk aan de waterpijp lurken. Ik dacht dat dit een oude mannen gebruik was. (Later hoor ik dat de waterpijp sinds twee jaar erg populair bij de jeugd geworden is) Op een terrasje aan de Middellandse zee probeer ik enkele van de vele mezze, kleine hapjes vooraf, echt klein zijn ze niet maar wel erg lekker.

Zondag 18 april 2004............................................................................................................. Beiroet.

Beiroet. Geen aangename stad om te fietsen. Putdeksels 5 cm onder of boven het wegdek. Afwaterings-sleuven in de lengte van de weg, met brede sleuven. Op de boulevard is het nog aangenaam fietsen tussen al de joggers en wandelaars.Vele werelden komen hier samen. Volledig gesluierde dames tussen skatende meisjes met topje en ontbloot middenlijf.
Na de boulevard begint de drukte. Hier geldt het recht van de sterkste. Zebra-strepen dienen alleen ter decoratie van het grijze asfalt, ze bieden geen enkele hulp bij het oversteken. Ook maakt het niet veel uit welke kleur de verkeerslichten hebben. Alleen op heel drukke kruisingen worden hun bevelen wel eens op gevolgd. Ik ben op zoek geweest naar de weg die me morgen de stad moet uitvoeren. Gevonden maar ook weer verloren. De linker en rechter rijstroken nemen vaak een heel ander pad. Op de terugweg kom ik heel ergens anders uit. Echter wel in het centrum “De plaats van de martelaren”. Een nog deels braakliggend Beiroet van de burgeroorlog. De rest van het centrum wordt in een rap tempo weer opgebouwd. En hoe. Tres chique. Winkels van alle Parijse en andere wereldmerken. Dure restaurants. Vooral in down town Beiroet, maar ook elders in de stad, veel gewapende soldaten op de straathoeken. Toch komt dit niet bedreigend of gevaarlijk bij mij over.
Het gebruik van dit mooie nieuwe Beiroet is lang niet voor iedereen weggelegd, zo vertelde mij gisteren een in Griekenland wonende Syriër. Maar zo'n 20 % van de Libanese bevolking is rijk. Een gegoede middenklasse van ook 20%, de rest, zo vertelt hij leeft onder de armoede grens. Kijk maar naar de tekenen in hun gezicht. Ik zal het doen. De Griek/Syriër nodigt me in het restaurant uit om bij hem aan tafel te komen zitten. We praten over de toestand in het Midden Oosten en het idee dat de Amerikanen denken de zaken onder controle te krijgen. Onze meningen hierover verschillen in het geheel niet van elkaar. Beide hebben we de zelfde ideeën over de kortzichtige invaller, die totaal geen gevoel heeft voor traditie, religie en de grote en sterke familiebanden die hier heersen. De Engelsen doen het volgens hem stukken beter, op veel plaatsen weigeren ze Amerikaanse inmenging en laten veel onder de controle van de lokale bevolking.

Maandag 19 april 2004............................................................................Beiroet – Byblos (46 km)

Beiroet uit fietsen, a hell af of a job. Met de verkenning van gisteren lukt het me om in één keer de juiste weg te vinden. Via de boulevard naar het Oosten, bij de “Port” even rechtdoor, dan onder het viaduct, achter de taxicentrale de Avenue Charles Heloux op. Tweemaal vier rijstroken voeren rechtstreeks de stad uit. Zeer druk. Onder druk de neiging om zo rechts mogelijk te fietsen, blijf minimaal een meter van het trottoir, hier bevinden zich namelijk vele roosters met brede sleuven. Het is erg moeilijk om steeds weer links in te voegen. Het verkeer raast op hoge snelheid links en rechts langs me heen, zonder richting aan te geven. Toch ook beleefde mensen, een vuilniswagen laat me voor in een oneindig lijkend invoegende stroom auto’s.
Stad in stad uit het verschil is nauwelijks te merken. Één grote strook bebouwing langs de kust. Na twee uur Jouhien, bij het casino afslag Tarbanja, ga ik naar de oude kustweg. Meteen een stuk rustiger, heerlijk. Eindelijk weer eens tijd om om me heen te kijken. Ook hier nog steeds geen (mooie) natuur, veel bebouwing.
In Byblos(Jbail) neem ik een hotelkamer met uitzicht op de zee en de haven. Duur, zoals de meeste zaken hier aan de toeristische kust.
Byblos is één van de oudste nog steeds bewoonde steden ter wereld. De eerste opgravingen dateren van 7000 jaar voor Christus. Bublos betekent papyrus. De Feniciërs stopten, op hun weg van Egypte naar Griekenland, hier om het papier in te laden. Ook het begrip bijbel is afgeleid van de naam van deze stad.
De opgravingen waar Byblos, ondermeer, om bekend staat hebben mij niet kunnen bekoren. Na de archeologische cultuur in Griekenland en als kroonjuweel Efeze in Turkije bezocht te hebben zeg ik, arrogant genoeg, “die oude stenen” wel gezien te hebben.

Het is moeilijk om alleen maar even een pilsje (Alamaza, smaakt erg goed) te drinken. Je wordt meteen onder gejubeld met mezze, kleine hapjes; nootjes, olijven, kikkererwten of in repen gesneden wortelen.

Dinsdag 20 april 2004......................................................................Byblos – Chekka v.v (72 km)

Weg van de snelweg, en je ziet bijna alleen maar aanwijzingen in het Arabisch, voor mij niet te lezen.Een enkel dorp dat de bezoeker in het Engels of Frans vriendelijk welkom wenst, staat niet op mijn kaart aangegeven.
Vandaag geprobeerd de bergen in te fietsen. Zeer steil. Geen mooi langzaam stijgende wegen. Neen, recht voor z'n raap, recht over de berg. Zelfs zonder bepakking moet ik af en toe afstappen.
Ik vraag de weg die ik morgen wil fietsen naar Bcharre. Neen niet hier langs, eerst een stuk langs de kust. Ongeveer 30 km en dan de bergen in naar boven. Ik begrijp lang niet alles wat deze man mij verteld. Later, in het hotel hoor ik hetzelfde verhaal, de weg is erg steil (had ik in de eerste 3 km ook al in de gaten) en is zeer slecht bewegwijzerd. Ook de hotel manager raadt mij aan eerst langs de kust te fietsen. Anderhalf uur met de auto, antwoord hij op mijn vraag hoe ver het via de kust is.
Ik fiets dus vandaag een stuk langs de kust heen en weer. Veel (ook letterlijk) vervallen hotels en grote nieuwe chique resorts, afgewisseld met veel woestenij en grote (cement) fabriekscomplexen. Niet al te mooi landschap dus. Een tunnel van een paar honderd meter, zonder licht, doet mij toch wel even schrikken, verblind door de lichten van de tegenliggers zie ik weinig tot niets. En stoppen midden in een donkere tunnel is ook niet alles. Even doorzetten.
Vreemd, langs de kant van de weg liggen gemoedelijk naast elkaar twee grote uilen. Ik blijf even kijken. Mooi en tegelijkertijd triest. Dan zie ik de elektriciteitspaal; vermoedelijk samen geëlektrocuteerd.
Onderweg koop ik een blikje cola in een klein winkeltje. Als ik op de stoep in het zonnetje wil gaan zitten drinken, wordt binnen een stoel aangedragen. De pizza die de vriendelijke winkeljuffrouw aan het eten is, wordt tussen ons in geschoven. Na twee stukken gegeten te hebben weiger ik zeer beleefd maar pertinent een derde stuk. We onderhouden ons (een beetje) in het Frans.
De mensen blijven vriendelijk, maar als buitenlander moet je wel de aanzet geven. Menig Libanees kijkt eerst vreemd als ik hem of haar groet, maar dan komt een brede glimlach met een onverstaanbaar wederwoord terug.

Woensdag 21 april 2004.......................................................................Byblos – Bcharre (76 km)

Mijn knieën jammeren, mijn kuiten vlammen, beneden balkt een ezel, wie is er nu hier de ezel denk ik, om je vakantie zo door te brengen. Ik loop meer dan ik fiets. De wegen zijn erg steil en warm om de bocht waait weer een koude bergwind. Nat van het zweet ril ik over mijn hele lijf, boven zie ik de sneeuw. Onder weg vaak gedacht ; ik stap af, neem een taxi, dit is niet leuk meer. Toch, mijn trots houdt mij op de been. En zie, de laatste 15 km langs de, mooie diepe, Qadisha vallei kan ik weer fietsen, het gaat gelijk een stuk beter met me.
Onderweg stopt een grote Mercedes; of ik niet mee wil rijden naar boven. Nee dank u, nog niet, roep ik. In Bcharre aangekomen vraag ik de weg naar het hotel. Een jongeman in een jeep begeleidt mij de halve stad door. Hij praat redelijk Engels. Opeens zegt hij; "Wij zijn GEEN terroristen!"
Ik weet het.....
In het hotel aangekomen, ben ik al aangekondigd door gasten die mij onderweg gezien hebben en de baas van het hotel waar ik de afgelopen nacht geslapen heb, heeft me ook al telefonisch aangekondigd. Hij had me zijn kaartje meegegeven met daarop "Take good care of mister Wim".
De hoteleigenaar hier, was op de vakantiebeurs in Utrecht. Er komen steeds meer Nederlanders. Toch nog erg weinig. Libanon heeft door de burgeroorlog nog steeds een slechte naam in Nederland. Ondanks de vele (vriendelijke) soldaten op straat, soms met tanks en afweergeschut, voel ik me hier zeer veilig.
Vanmorgen de eerste 28 km over de autobaan gefietst. De 'oude' kustweg had ik gisteren al gezien. De weg is zeer breed, met gemak kunnen er drie auto's naast elkaar rijden en dan is er nog een brede strook voor mij over, waar ik rustig kan fietsen.
In Chekka, de afslag bij het benzinepompstation nemen. Aan het eind van de afrit staan het eerste en enige bord. Verder de hoofdweg volgen en af en toe de weg vragen. En dan maar klimmen ....van 0 tot 1500 meter.

Donderdag 22 april 2004.......................................................................................................Bcharre

Het is werkelijk waar, ’s morgens skiën in de bergen en ’s middags op het strand in de warme zon liggen. Beide zijn omstreeks deze tijd mogelijk in Libanon.
Vanmorgen de beroemde ceders van Libanon bezocht. Het park was nog gesloten, maar met behulp van de taxichauffeur mocht ik over het hek klimmen. De meeste paden zijn nog met een dikke laag sneeuw bedekt. Echter het is fantastisch helder weer, maar pas op, zodra de zon achter een wolk verdwijnt, is het ijskoud .
Er zijn heden ten dage nog maar enkele bosjes van deze bomen over. Vroeger bestond het grootste deel van de berghellingen uit cederwouden. De Feniciërs exporteerder dit duurzame hout naar Egypte en Palestina. De originele tempel van koning Salomo was met dit hout gebouwd.
Vanmorgen het museum en huis van Gibran Khalil Gibran bezocht. Onder de filosofisch ingestelde lezers wel bekend door zijn boek “De Profeet”. Vanmorgen tevens ontdekt dat hij ook een zeer verdienstelijk schilder is geweest. In zijn geboortehuis mag ik op zijn stoel gaan zitten en wordt door de bewaakster op de foto gezet.
Na dit alles ga ik lekker in het zonnetje op een weilandje even buiten het dorp liggen. Het wonderschone panorama van de kloof aanschouwend, klinkt op eens een stem. Een wat oudere man gebaart me bij hem te komen. Ben ik hier op verboden terrein? Ik versta geen enkel woord van wat hij verteld. Langzaam loop ik met hem mee. We gaan naar zijn huis, met een nog mooier uitzicht op de vallei. Zijn zuster spreekt een beetje Engels. Ze bieden me koffie aan. Zonder er bij na te denken vraag ik om thee. Shit, hier gelden andere beleefdheidsregels. Maar neen, er komt een grote pot zoete thee en een ieder drinkt mee. Een oude vrouw die met een pijn vertrokken gezicht op de bank zit, geef ik enkele strippen pijnstillers, ze heeft erg veel last van haar knieën. Ik maak enkele foto’s, ze deze op de digitale camera te laten zien doet het altijd weer goed. Het is erg vermoeiend zo, moeilijk communicerend, in een gezelschap te zijn, Van beide zijden willen we veel vertellen en vragen, maar zonder een eenduidige taal gaat dit nou eenmaal niet. Na een half uur stap ik op, me afvragend wat hier de beleefdheidsregels bij een afscheid zijn.

Vrijdag 23 april 2004................................................................................Bcharre – Tripoli (48 km)

Vanmorgen niet gedacht dat ik nu zou kunnen schrijven. Dacht dat mijn einde gekomen was. KOUD. Ik kan me niet herinneren dat ik het ooit zo koud gehad heb. Mijn vingers blauw, mij tanden klapperen, ril over mijn hele lijf. Regen in de bergen, steenkoud. Ik stap af om me warm te lopen, de weg loopt steil naar beneden, hardlopen gaat dus ook niet. Ik schreeuw me warm. De weg is zo steil, dat ik niet sneller dan met 10, 15 km naar beneden durf. Als de regen op houd breekt even later de zon door. Het duurt een nog tijdje voor ik weer op temperatuur ben.
In Zgharta neem ik een grote pot thee en in het zonnetje knap ik weer op. Een voorbij komende schoenenpoetser maakt mijn schoen weer schoon, ik geef hem een fikse fooi.
In Tripoli aangekomen fiets ik op goed (dom) geluk de oude stad in. Mijn eerste gedachte is; hoe kom ik hier ooit weer uit. De verkeersanarchie is hier nog groter dan in Beiroet. Ergens las ik; gelukkig hebben ze samen in Libanon één afspraak en dat is "rechts rijden". Dit is ook zo'n beetje de enige verkeersregel die ik heb zien uitoefenen.
Op een taxistandplaats vraag ik de weg naar het hotel. Meteen een tiental mensen om me heen. Als ik in het Engels begin, wordt er een Engels sprekende bijgeroepen. Een en al behulpzaamheid, wat ik hier tegenkom.
Ergens in een achteraf straatje vind ik het hotel. De fiets en de bagage drie trappen op. Wel op slot en aan het hek vastzetten, duidt de eigenaar. De kamer ziet er keurig uit, is bedoeld voor vier personen, maar is de enige met een eigen douche en toilet. En dat voor 25 dollar met ontbijt. Ik vraag de eigenaresse, die Frans spreekt, in het Arabisch de naam van het hotel op te schrijven. Zo kan ik ten minste de weg terug naar het hotel vragen.
Op straat ben ik de enig westers uitzien persoon. Hier ook veel meer hoofddoeken op straat, armer hier in het noorden, bedelaars en tientallen schoenen poetsers.
Het is vermoeiend hier over straat te lopen. Meerderen willen een praatje maken in het Engels Duits of Frans. Zoals gezegd, ze zijn allen zeer vriendelijk.
Een restaurant-eigenaar helpt mij met aanwijzingen de stad uit.
Tegen de avond wordt het hier meestal wat frisser, dus voor het eten nog even internetten, t' is hier binnen lekker warm.

Zaterdag 24 april 2004..........................................................................Tripoli – Qoubayat (56 km)

Slaap nooit in een Moslimdorp. Waarom niet vraag ik. Slaap nooit in een Moslimdorp, krijg (weer) als antwoord. Ik ben in het noorden van Libanon, een Moslim gebied, in een Christelijke enclave, waar ik een colaatje drink. Dezelfde man geeft me enkele namen van mensen in Qoubayat ( ook een Christelijk dorp) waar ik zou kunnen overnachten. In Qoubayat is geen hotel. Daar aangekomen is het toch wat moeilijker een slaapplaats te vinden. In de stromende regen wordt ik driemaal door het ganse dorp gevoerd. Zeiknat levert een jonge man in een Mercedes, ik volg hem op de fiets, me eerst bij een kerk en dan bij een Nonnenklooster af. Deze hebben ook geen plaats meer. Maar wacht even, verderop hebben ze nog een huisje, met douche en toilet. Ik zit nu dus in een muffe container met alles er op en er aan, zelfs een keuken, maar zo smerig, dat ik niets aanraak. De nonnen-hoofd-madam is erg vriendelijk. Naast Arabisch en Frans spreekt ze ook redelijk Engels, dus bij een kopje thee met koekjes kunnen we ons aardig onderhouden.
De stroom is uitgevallen, de boiler wordt dus ook niet meer opgewarmd. Gauw omkleden in droge kledij. Ik verrek weer van de kou.
De rest van de middag blijft het regenen. Daar ik niet al te veel kleding bij me heb, en de helft nu nog nat is, waag ik me niet naar buiten. Ik blijf dus ‘gezellig’ in de bungalow, wacht tot het donker wordt en ga dan naar bed.

De weg Tripoli uit was een makkie. Met de stadsklok in de rug rechts de boulevard op en dan alsmaar rechtdoor. Na 17 kilometer op een rotonde rechts naar Halba (geen borden). In het centrum van Halba op een grote kruising links. Even na Halba wijst een groot bord rechts naar Qoubayat, dit is niet de juiste weg bemerk ik als ik nog eens navraag. Na Halba gewoon rechtdoor dus.
Onderweg, bij de eerste regen, wordt ik in een garage van vader en zoon uitgenodigd. Krijg naar een kom met rijst, suiker en kaas te eten. Energie zegt de zoon. Ik wurg uit beleefdheid de helft door mijn strot, en maak duidelijk dat ik niet goed kan fietsen met een volle maag. Ze blijven vriendelijk. In de garage toont een schreeuwende televisie het nieuws. Bomaanslag, waar weet ik niet. De meest gruwelijke beelden worden getoond; uiteen gereten lichamen en afgerukte ledematen. En allemaal de schuld van de Amerikanen. “America no good” zegt de geen Engels sprekend vader keer op keer. Veel stemming makerij, niet dat de beelden niet waar zouden zijn, maar met een opgefokte stem erachter komt het toch allemaal wat eenzijdig over.

Voor de toerist maakt het niet uit wie men ontmoet, Moslim of Christen, beide zijn zeer vriendelijk. Toch ‘proef’ ik nog steeds een onderlinge haat. In Qoubayat wordt me meteen gevraagd of een Christen ben.

Zondag 25 april 2004..........................................Qoubayat – Nahr El-Assi (bij Hermel) (60 km)

Na 2 1/2 uur en pas 14 km op de teller bereik ik het eerste check-point hoog in de bergen. De militairen zijn erg vriendelijk en maken graag een praatje. Nog 2 1/2 uur verder en 31 km op de teller ligt, na vier bergruggen met drie die dalen, de Bekaah vallei aan mijn voeten. Het duurt nog 1 1/2 uur voordat ik beneden ben. Dit is nu niet echt een weg om met een rotvaart af te dalen. Aan het eind van de afdaling op de T splitsing naar rechts, dit is nog niet Hermel. Vandaag van 700 tot 1500 meter geklommen en weer afgedaald naar de hoogvlakte op ongeveer 1000 meter hoogte.
Onderweg een paar kleine dorpjes met winkeltjes waar je cola en dergelijke kunt kopen. Weer veel vriendelijkheid onderweg. Op de koffie gevraagd, krijg het geld terug en de cola, een ander gast heeft voor mij betaald. Zeer aangenaam zoveel vriendelijke mensen te ontmoeten, toch ook erg vermoeiend, dit omdat ze hier aan deze kant van Libanon weinig Engels en / of Frans spreken en we beiden toch graag willen communiceren.

Van steenkoud tot bloed heet. Vanmorgen zag ik de wolken van de Middellandse zee het land binnen drijven. Aan deze kant, de oostkant, is het veel droger, de meeste regen valt aan de westkant van de Libanese mountains.
Ik ben nu in hotel Asamaka, vlak aan een rivier, de verse forel zwemt in omgeleide kanaaltjes en wordt bij bestelling vers uit het water gehaald. Vanavond maar eens een forel proberen, schijnt erg duur te zijn in Libanon.
Elke streek heeft zijn gewoontes, hier krijg ik rauwe tuinbonen in plaats van nootjes bij het bier. Ik kijk een beetje vreemd, en probeer uit te leggen dat we deze bonen in Nederland gekookt eten. Ik probeer het toch, echt lekker vind ik het niet.

Maandag 26 april 2004.............................................................Nahr El-Assi – Baalbeck (55 km)

Vijfenvijftig kilometer gefietst vandaag, in de Beehkah vallei, een hoogvlakte. Niet echt vlak, veel vals plat. Dacht dat het vandaag een makkie zou worden, maar met een sterke tegenwind viel het goed tegen. Verder niet veel te zien, links en rechts besneeuwde bergtoppen. (de bergpas naar Beiroet is nog steeds gesloten). Een droog en dor landschap, toch veel dorpen en opvallend veel garages.
Ik ben nu in Baalbeck. De stad van wat wij nu "Sex, drugs en Rock &Roll" noemen. Vroeger, sexfeesten ter ere van Ba'al en drankfestijnen ter ere van Bachus. Het restaurant bij het hotel heeft uitzicht op het tempelcomplex, waarvan ik nu geniet en morgen ga bezoeken.
De temperatuur valt me tegen. Vanmorgen, blote voeten in sandalen en korte fietsbroek. In de wind vaak koud. 's Avonds als de zon weg is, koelt het snel af. De mensen hier zitten met dikke trui en jas in de schaduw. Vreemd, de zon zullen ze niet gauw opzoeken.
Ik zit nu middenin Hezbollah gebied. Onbewust heeft die naam toch iets beangstigend. Hezbollah, Partij van God. In de burgeroorlog werd hier lange tijd Terry Waite gegijzeld gehouden.

Dinsdag 27 april 2004..........................................................................................................Baalbeck

Tesamen met de salamanders wandel ik als eerste bezoeker door het tempelcomplex van Baalbeck. Zeer imposant. Ik moet mijn eerdere, arrogante, woorden terugnemen, dat ik al die archeologie wel gezien zou hebben. De tempel van Bachus en Venus, alhoewel men twijfelt of ze werkelijk aan hun opgedragen zijn, zijn zeker een bezoek waard. De nog zes staande pilaren van de tempel van Jupiter zijn de grootste in de wereld, 22,9 meter hoog en een omvang van 2,2 meter.
Nog een grootste ter wereld; in een steengroeve hier vlakbij ligt een rechthoekige gehouwen steen van 21,5 bij 4 bij 4,5 meter. Men denkt dat ie 2000 ton weegt. Zou hebben moeten dienen als fundering voor een (nieuwe) tempel. Hoe die te verplaatsen zou ook nu nog een groot technisch mirakel zijn. De Arabieren noemen de steen "hajar al-hubla", steen van de zwangere vrouw. Het (bij)geloof is, dat vrouwen die de steen aanraken zeer vruchtbaar zullen worden.
Wat ik nooit geweten heb is dat de Romeinen deze tempels gebouwd hebben om andere volken voor zich te winnen. Ze veinsden waarde te hechten aan de locale religies en bouwden de tempels dus om politieke redenen in plaats van religieuze.

Woensdag 28 april 2004........................................................................Baalbeck – Zahle ( 38 km)

Een kort ritje vandaag. Door een nu wat vruchtbaarder uitziende Beekah vallei. Akkers met aardappelen, erwten en granen. Wijn- en boomgaarden. En veel, veel huizen, niet echt een mooie tocht. Het verkeer valt mee, druk, maar de weg is vierbaans en erg breed, dus ruimte genoeg voor een fietser.
Ik ben nu in Zahle. Op het eind van het dal hebben ze beide zijden van een riviertje volgebouwd met restaurants en kermisattracties. Een soort Valkenburgje. Van de, schat ik, 1000 beschikbare plaatsen in de restaurants zijn er nu drie bezet. In het weekend moet het hier een geliefd Libanees eet- en uitgaansgebied zijn. (Het BERDAOUNI gebied).
Zahle is weer Grieks Katholiek. Ik kan niet meer bijhouden in welk religieus gebied ik ben of door fiets. Libanon heeft 18 officiële religies waarvan 12 Christelijke.
Toch weer eentje bezocht; de opgraving van Aanjar. Deze keer een woestijnkasteel van de Omajjaden (nooit van gehoord). De Lonely Planet noemt het een Libanese
binnenlandse handelsstad. Ik maak het me deze keer gemakkelijk en neem een taxi. Het afdingen gaat te gemakkelijk; ik betaal dus weer te veel.
Het is een mooie opgraving, je kunt de gehele huizen- en stratenstructuur nog herkennen. Tegen een achtergrond van besneeuwde bergtoppen een prachtig gezicht. Onderweg kom ik veel Syrische soldaten tegen. Dit gebied is nog steeds in handen van Syrië. De taxichauffeur doet een beetje minachtend over hun aanwezigheid. De Syrische troepen zijn bij het begin van de burgeroorlog door Libanon gevraagd te helpen en sinds die tijd (1976) zijn ze nog steeds in Libanon aanwezig.

Donderdag 29 april 2004......................................Zahle – Ebil es Saqi (bij Marjayoun) (84 km)

De weg ben ik niet kwijt, maar ik weet totaal niet meer waar ik ben. De weg is rustig, erg rustig. Als ik enkele kilometers door een diep dal fiets en niemand tegen kom, unheimisch rustig. De soldaten bij een checkpoint sturen me een kant op waarvan ik het gevoel heb, dat het niet de juiste richting is. Opeens de wind tegen in plaats van mee. Maar een ieder die ik vraag zegt dat ik de goede kant op ga. Ik laat de naam van de stad waar ik naar toe ga in het Arabisch opschrijven, en dat heeft me er tot nu toe wel gebracht.
Er zijn drie wegen van Zahle door de Beekah vallei naar MarjaYoun. Oost, West en midden. Ik kies de middenweg, maar arriveer in Marjayoun via de oostweg. Hoe ik dat voor elkaar gekregen heb weet ik niet. Ik heb tientallen malen de weg gevraagd. Het stuwmeer heb ik nog gezien. Echter de weg is prachtig, ietwat heuvelachtig, maar met prachtige vergezichten en heerlijk geurende wilde bloemen.
Vanuit Zahle had ik de juiste weg direct te pakken. De stad uit naar de hoofdweg, een stukje richting Beiroet en dan rechts om links over een viaduct te fietsen. In Bar Elias even links en dan gelijk weer rechts. De rest vragen; geen enkel richtingsbord in het Engels.
De checkpoints zijn hier in het Zuiden veel strenger. Was het eerst een klein handgebaar en doorfietsen. Nu paspoort zien, mee naar het kantoortje. Enkele telefoontjes "Hollander op fiets" versta ik enkele keren. Ik mag verder. Volgend checkpoint weer het zelfde liedje. Paspoort controle en telefoontjes. Veel witte UN auto's op de weg.
Hemelsbreed zit ik ongeveer vijf kilometer van de grens met Israel. De Golan hoogte is zo'n 15 kilometer verwijderd.
Bij de laatste checkpoint ontmoet ik een journalist. Hij wil een foto van mij maken, de militairen protesteren, maar hij krijgt toch zijn zin. Hij schrijft een stukje in de krant met foto, zo verteld hij. Ik zeg; "vergeet niet te schrijven dat de Libanesen erg vriendelijk en behulpzaam zijn". Overmorgen komt het in de krant van Beiroet, de "NAHAR". Ik ben benieuwd.
Vreemd is het ook enige gast te zijn in een 30 kamers tellend hotel. Een kok, ober en barbediende allen ter mijner ere. Hierbij moet ik wel zeggen dat hier de vriendelijkheid, zeker ook fooi gericht is. Het hotel is gebouwd ten tijde van de eerste Unifil interventie. Volgende week komen weer, zoals elk jaar 40 Noren, vroegere Unifillers, voor een reünie in het hotel bijeen.

Vrijdag 30 april 2004................................................................Ebil es Saqi – Sour (Tyre) (65 km)

De grens met Israel is (nog) een 'echte' grens. Rollen prikkeldraad, hoog hek en weer rollen prikkeldraad. Ik fiets op 5 meter afstand van de grens. Ik had niet gedacht dat t'ie hier ZO dichtbij zou zijn. Toch wel een beetje angst aanjagend. Ik schrik me het apelazerus al rechts van mij een geweerschot klinkt. Gelukkig, het zijn Libanesen die een vogel uit de boom schieten. Ik zou graag een paar foto's maken, maar doe het toch maar niet. In de verte zie ik de joodse nederzettingen. Alle huisjes netjes op een rij tegen een berg. De Golan hoogte is in nevelen gehuld, dus van de steile hoogte kan ik jammer genoeg niets zien.
De Unifil pantserwagens rijden me met een slakkengangetje voorbij. Ze groeten vriendelijk. Het zijn Indiërs deze keer.
In het hotel hebben ze mij een nette routebeschrijving in het Arabisch opgeschreven. Een goede hulp bij het naar de weg vragen. Ook hier alleen richtingsborden in het Arabisch. Ik neem de zuidelijke 'dorpenweg' . De Libanesen met de auto nemen de noordelijke route, dus het is een lekker rustige weg. Ik merk ook waarom ze hier niet graag met de auto langs gaan. De weg is door zwaar Unifil pantser materieel als patrouille weg gebruikt, tijdens de periode dat Israël Zuid Libanon bezet had. Het asfalt ligt soms in rillen van 30 cm hoog op de weg. Met de fiets is het goed te doen.

Al weer enige kilometers van de grens verwijdert, komt mij een als sjeik uitziende figuur in een mercedes tegemoet. Vijf minuten later is hij terug en houdt mij staande. Wil mijn paspoort zien. Mijn eerste reactie is, wat mot jij met mijn paspoort, maar discussiëren met zo’n figuur doe je niet, dus ik geeft het hem zonder commentaar. De man vraagt van alles in het Arabisch, ik versta er natuurlijk geen jota van. Ik laat hem de routebeschrijving (in het Arabisch) zien. Hij begint te telefoneren, kijkt me nog eens streng aan en dan mag ik gaan. Ik wist niet dat de plaatselijke milities ook nog controles hielden. (Later hoor ik van een Unifil medewerker dat Hezbollah milities inderdaad zelf geen controles meer mogen uitvoeren)
Onderweg veel Unifil wagens., tanks en pantserwagens van het Libanese leger.
Wat een afdaling van 800 naar 0 meter had moeten worden, wordt een sterk stijgen en dalen naar 0. Ik heb niet het gevoel dat ik dat ik vanuit de bergen naar de zee fiets. Toch is het zo.

Het Elyssa hotel, wat mijn eerste keuze was ziet er erg vervallen uit. Even ervoor is er het nieuwe Murex hotel, ziet er veel beter uit en kamer met seaview. Toch kan ik mijn eerste pilsje vergeten, ze serveren hier geen alcohol.

Note: Ten zuiden van Marjayoun; ongeveer 2 kilometer ten zuiden van Bori El Mlouk is ook nog een hotel. RACHA. Ziet er aan de buiten kant goed uit, In Marjayoun zelf ben ik niet geweest.

Zaterdag 1 mei 2004..........................................................................................................Sour (Tyre)

Ik ben nog een dagje in Sour. Twee opgravingen bezocht. Bij beide de enige bezoeker. De tweede opgraving is de grootste bekende hippodroom (paardenrenbaan) ter wereld. Zeer indrukwekkend.
Wist u dat koning Hiram van Tyre goede relaties had met koning David en koning Salomo van Israël? Hij stuurde cederhout en timmerlieden naar de koningen en kreeg daarvoor inruil een district in Gallilea met twintig dorpen. Daar kunnen de huidige bestuurders van Israël nog een voorbeeld aan nemen.
De journalist heeft woord gehouden. Ik sta met foto in de NAHAR krant. Kan er zelf niets van lezen, maar volgens de vertaling van een juffrouw in het hotel een, volgens mij niet geheel op ware feiten berustend, verhaal over een fietsende Hollander in Libanon. Ik zal het later laten vertalen.

Zondag 2 mei 2004............................................................................................................Sour (Tyre)

Vandaag Qana bezocht. Qana. In Cana of Kanaän is een rotsreliëf van de twaalf apostelen. Ook gelooft men dat de bruiloft van Kanaän, waar Jezus water in wijn veranderde hier zou hebben plaatsgevonden. Als je de overblijfselen van de bron aanschouwd, waar dat wonder zou zijn geschiedt, wordt het er niet geloofwaardiger op. In een achterafbuurtje een hek rondom een gat met een paar stenen. Zo ziet het er heden ten dage uit.
In de moderne geschiedenis is Qana bekend door een bombardement van Israël op een schuilplaats van UN soldaten en burgers. In 1996 kwamen hier 102 burgers en UN soldaten om. Israël wilde voor eens en altijd de Hezbollah aanvallen uitschakelen. In 16 dagen werden zo’n 35000 granaten op Zuid Libanon losgelaten. Een UN onderzoek heeft uitgewezen dat Israël wist dat er in de bunker geen Hezbollah aanwezig was. Achttien april de datum waarop dit geschiedde is nog steeds een officiële dag van rouw in Libanon.
(Op vijf mei 2004 schiet Israël, na een lange periode van rust, weer enkele granaten op een dorpje enkele kilometers ten zuiden van Qana.)

Maandag 3 mei 2004................................................................................Sour – Sarafand ( 23 km)

Een zeer korte rit vandaag. Over een drukke kustweg lang bananenplantages en veel erg veel huizen. Veel oude troep te zien. Geen erg aangename fietstocht. Omdat er in Saïda maar één miserabel hotel is, stop ik vijftien kilometer ervoor. Leg de bagage in de hotelkamer en stap weer op de fiets naar Saïda.
In Saïda bezoek ik het zeekasteel en loop door de souq (winkelstraatjes). Heb het dan wel gezien. Eten in een bootrestaurant met uitzicht op het kasteel. Mooi, maar ook erg druk hier.
Het Mounis hotel in Sarafand is nog één grote werkplaats. Men is druk bezig het hotel voor de zomergasten gereed te maken. Een bediende is er op uitgestuurd om voor mij bier te halen. Ik ben benieuwd of ze hier vanavond iets te eten hebben. Ik was van plan hier twee of drie nachten te blijven. Ga nu morgen verder. Zonder het geluid van de werkzaamheden is het zonder autoverkeer heerlijk rustig. Het hotel ligt, met een dijkje verbonden, op een klein eilandje.

Dinsdag 4 mei 2004.............................................................................Sarafand – Beiroet ( 67 km)

Terug in Beiroet. Wie hartstikke gek (van fietsen) is, moet dit beslist (niet) doen. Ik probeer zoveel mogelijk de rustige oude weg langs de kust te volgen, maar deze eindigt plots en ik zit weer op de snelweg. In Nederland is dit voor langzaam verkeer verboden, maar hier schijnt het te mogen. Tweemaal drie banen met vluchtstrook, er kan gefietst worden.
Voor Beiroet neem ik nog even de afslag "Doha" en vind de kustweg terug. Rustige buurt. Probeer drie hotels om nog even aan het strand te verpozen, maar deze zijn alle (nog) gesloten.
Ook hier word ik weer snel de snelweg opgestuurd. Voor het vliegveld, enkele kilometers lang, links en rechts twee meter hoge betonplaten langs de weg, mooi uitzicht. Dan komt er een tunnel, een geraas van jewelste, auto's joelen voorbij en de grote ventilatoren maken het er ook niet rustiger op. Net als ik blij ben de tunnel door te zijn, volgt de tweede. Nogmaals het gedonder over me heen. Met andere woorden het is hier zeer zeker niet ongevaarlijk. Je fiets hier onder de twee start- en landingsbanen door. Bij de afslag Airport ga ik nog 1 maar rechtdoor richting Beiroet. Op de ander rijbaan liggen meerdere auto's op een hoop. Slachtoffers nog op het asfalt. Ik neem de volgende afslag en ga op de rotonde links, richting kust. Dan rechts weer parallel aan de kust. Op de volgende grote kruising naar beneden, weer links en rechts en ik zit weer op bekend terrein, de kustweg/boulevard.
Bij het LORDS hotel naar boven de stad in. En ik vind mijn eerst hotel "Mayflower" weer terug.
De oude kustweg moet langer te volgen zijn, maar ik heb de juiste richting jammer genoeg niet gevonden.
Ik bied mijn fiets te koop aan; de manager van het hotel zal rondvragen.
Met een taxichauffeur onderhandel ik over een prijs; morgen het Bet et-dine paleis te bezoeken. Heen en terug zo'n 100 km. Hij spreekt geen Engels of Frans, maar wil me niet uit de auto laten totdat we iemand gevonden hebben die Engels en Arabisch spreekt. We komen uit op 45 dollar heen en terug en drie uur daar. Valt me mee, voor een pick-up van het vliegveld, vijf kilometer hier vandaan, vragen ze 'standaard' 15 dollar.

Woensdag 5 mei 2004.............................................................................................................Beiroet

Vanmorgen het paleis van Bet ed-dine bezocht. Mooie tocht erheen. De weg vanaf de kust voert door een prachtig dal. Ik had het met de fiets kunnen doen, maar ben blij dat ik het niet gedaan heb. Zeer steil, zeer lang steil. Het paleis is een bezoek waard, meer ook niet.
Onderweg naar Bet ed-dine nog even een droomkasteel van een gefrustreerde zakenman bezocht. Mister Mousa werd als kind door zijn leraar geslagen omdat hij tijdens de lessen van kastelen droomde. Toen hij rijk werd heeft hij zijn droom verwezenlijkt. Er is nu een museum in gevestigd, met onder andere een zeer uitgebreide geweren en pistolen verzameling. Als je tijd over hebt zeker even bezoeken.

Voor de fietsers die vanuit het zuiden Beiroet binnenkomen. NIET de afslag DOHA nemen, neen, zelfs daarvoor de snelweg OPgaan. Enkele kilometers verder is er een splitsing Beiroet Centre Ville (groen) en Beiroet (blauw). Hier rechts eraf en links over de snelweg, en je zit meteen op de kustweg. Nog wel even druk maar het is mogelijk om op het trottoir te fietsen, zelfs in de tunnels. Dus veel veiliger. Op de volgende grote kruising rechts naar onderen, links er onderdoor en je zit weer bijna op de boulevard.
Fietsen gaat niet meer. Ik heb de fiets voor 100 dollar verkocht, dat is de bodemprijs die ik in gedachten had. Met het gevaar weer overgewicht te moeten betalen en voor een fiets van meer dan 10 jaar oud geen slechte prijs.
Aardige mensen in de Cyclo sportwinkel. De eigenaar was fietskampioen van Libanon. Veel buitenlanders hebben zijn winkel al bezocht, gezien de foto's die hij me toonde. Ook mijn fiets en ik gingen met de eigenaar op de foto. In de winkel hebben ze een zeer uitgebreid assortiment fietsonderdelen. Ze zijn te vinden de wijk Gemayza op de main road.
Ik ben nu in downtown Beiroet. Het opnieuw opgebouwde deel, wat na de burgeroorlog in puin geschoten was. Doet qua natuurschoon (vrouwen) en prijzen (6 euro voor een pilsje) niet onder voor bijvoorbeeld Amsterdam.

Donderdag 6 mei 2004............................................................................................................Beiroet

I walked the line. I walked the green line. De groene grens in Beiroet tijdens de burgeroorlog. De grens was de scheidslijn tussen het westelijke Christelijke en het oostelijk Moslim gebied. Langs de grens staan, als stille getuigen, nog meerdere woonblokken vol met kogel- en granaatgaten.
Als je doorloopt kom je bij het Nationaal Museum. Van te voren wel even een plaatje van het gebouw bekijken, want er wordt aan de buitenkant nergens aangegeven dat dit een museum is. Van binnen een prachtig museum. Alleen al om van de eerste verdieping vanaf de balustrade de begane grond te bekijken is een genot. De rest is oude koek.

Vrijdag 7 mei 2004....................................................................................................................Beiroet

Laatste dag. Getracht enkele souvenirs te vinden, veelal prullaria.
Vannacht om 04:00 uur het vliegtuig terug.

Zaterdag 8 mei 2004...............................................................................................................................

Het is een mooie (tussen) landing in Budapest. De nog laaghangende zon laat de schaduw van het landende vliegtuig steeds dichterbij komen. Op de grond komen schaduw en vliegtuig bijeen, een prachtig gezicht.

.....................................................................................................................................................................
 


Landschappelijk heeft Libanon mij niet echt kunnen bekoren. Waarschijnlijk ben ik (te) verwend door de natuur van Costa Rica. Echter de vriendelijkheid, behulpzaamheid en gastvrijheid van de Libanese bevolking heeft een grote positieve indruk bij mij achtergelaten. In veel andere landen is er ook vriendelijkheid, maar dan met dollar tekens in de ogen, men wilde altijd iets terug. Hier niet.
Ook rond te kunnen fietsen in een land met een dergelijke geschiedenis was zeer indrukwekkend. Zowel de oude geschiedenis, beginnend 7000 jaar voor onze jaartelling, de jonge geschiedenis; de burgeroorlog en de huidige gebeurtenissen rond Israël te mogen ‘proeven’ was een zeer aangename belevenis.

Apeldoorn mei 2004
Wim Leeuw